Wist u dat uw browser verouderd is?

Om de best mogelijke gebruikerservaring van onze website te krijgen raden wij u aan om uw browser te upgraden naar een nieuwere versie of een andere browser. Klik op de upgrade button om naar de download pagina te gaan.

Upgrade hier uw browser
Ga verder op eigen risico

Wilde appel

De wilde appel is een kleine boom en hoort bij de rozenfamilie (Rosaceae). Het is de stamvader van alle nu bekende vruchtrassen. De bloesem is roze wit waarna de appels verschijnen. De appels zijn dikwijls zoet en worden door vele diersoorten graag gegeten.

De wilde appel heeft een dichte, lage kroon, die koepelvormig is. De takken vormen een hechte structuur. De schors is grijsachtig bruin tot donkerbruin. Later raakt deze gebarsten in rechthoekige stukjes. De twijgen zijn geribbeld en vaak zitten er doornen aan. De bovenkant is donkerpaars en de onderkant is bleekbruin. Ze krijgen kleine knoppen met een lengte van 4-5 mm. Deze zijn donkerpaars en bedekt met kleine haartjes.

De grote bladeren (5-10 cm) hebben een dicht behaarde en gegroefde steel van 2-3 cm.

Wilde appel

Zoete appels.

  • 1 fles witte wijn
  • 200 g suiker
  • 4 wilde appels
  • 2 kaneelstokjes
  • 1 steranijs
  • 1 vanillestokje
  • 5 plakjes bladerdeeg
  • 2 el abrikozenjam
  • 4 takjes munt.
  • extra nodig:
  • Bakpapier
  • Bakvorm
  • Bakplaat
  • Eierdooier met een scheutje room om te bestrijken
  • Poedersuiker om te bestuiven

Breng de witte wijn met de suiker, kaneelstokjes en de steranijs aan de kook en zet het vuur lager. Snijd het vanillestokje in de lengte door, schraap het merg eruit en voeg het merg en het stokje toe aan de witte wijn. Schil de appels en haal met een appelboor het klokhuis eruit. Pocheer de appels (de wijn mag niet koken!) ongeveer 25 minuten tot ze helemaal gaar zijn en laat ze in het kookvocht afkoelen. Laat ze uitlekken en dep droog.
Verwarm de oven op 180 ÂșC. Snijd de bladerdeegplakjes in 5 repen van 2 centimeter breed. Snijd over de breedte repen van ongeveer 2 centimeter. Bedek de appel verticaal met de repen bladerdeeg, zet de repen vast in de gaten boven en onder in de appel. Plaats de appels in een ingevette bakvorm en bestrijk ze met het eierdooiermengsel. Bak de appels in de oven in circa 35 minuten goudbruin en krokant. Het overgebleven pocheervocht inkoken met de abrikozenjam. Haal de appels uit de oven, bestuif met poedersuiker en serveer met het ingekookte vocht. De appels kunnen leuk worden gegarneerd met munt.